Enable JavaScript to visit this website.

Lenn blijft gewoon voetballen, ondanks zijn hemofilie

Lenn met moeder Maartje Wijnen
5 minutes
Lenn blijft gewoon voetballen, ondanks zijn hemofilie
Het is een kwestie van niet nadenken, muziek aan en gaan. Dat is volgens Maartje Wijnen dé methode om de Kennedymars te lopen. Maartje liep de 80 kilometer lange tocht rondom het Brabantse Someren om aandacht te vragen voor hemofilie en geld in te zamelen voor het familieweekend van de patiëntenvereniging. ’’De laatste kilometers liep ik op vleugels.’’

Ze liep de Kennedymars al vaker. ’’Maar dan zonder te trainen. Dit keer heb ik wel een paar lange trainingswandelingen gemaakt. Om mijn nieuwe schoenen in te lopen en omdat ik met een bijzonder doel liep en niet wilde afhaken.’’

Haar zoontje Lenn, zijn vriendje Daan (allebei hemofiliepatiënt) en hun broertje en zusjes liepen de kindermars met een spaarpotje om hun nek, ook om geld in te zamelen voor hemofilie. ’’Acht kilometer, best een flinke afstand,’’ glundert moeder Maartje van trots.

Zelf startte ze om 8 uur ’s avonds met haar 14 uur lange mars. ’’Af en toe stop je wel. In totaal heb ik maar een half uur gepauzeerd. Als je te lang zit, sta je niet meer op.’’

Lenn Wijnen
‘Als je de lachende gezichten van je man en kinderen ziet, is alles weer goed’

Het was één groot feest in de dorpen waar de marslopers doorheen kwamen. ’’Overal stonden mensen je aan te moedigen. ’s Nachts werd het stil, maar het laatste stuk fietste mijn moeder mee. Als je dan de lachende gezichten van je man en kinderen bij de finish ziet, is alles weer goed.’’  

Maartje en haar kinderen hebben samen ruim 2800 euro bij elkaar gelopen voor de zeldzame en onbekende aandoening waar zij tot een jaar geleden zelf ook nog nooit van hadden gehoord.

Val op het schoolplein

De peuterleidster vertelt dat werd ontdekt dat Lenn milde hemofilie A heeft nadat hij tijdens de carnaval een flinke smak maakte op het schoolplein.

Hij kreeg een wondje op zijn been dat telkens bleef bloeden en er volgens Maartje ‘steeds gekker’ uit begon te zien. In een periode van vijf weken lieten Maartje en haar man Eddy zich diverse keren wegsturen door de huisarts en het ziekenhuis. ’’Er was niets aan de hand. Het ziet er goed uit, kregen we steeds te horen,’’ vertelt Maartje.

’31 maart 2017, ik vergeet die datum nooit meer’

Uiteindelijk onderging Lenn twee operaties aan zijn been, waaronder één onder volledig narcose. Hierna kregen zijn ouders weer te horen dat de vreemde wond nu goed zou herstellen.

’’Een week later - op 31 maart 2017, ik vergeet die datum nooit weer - moesten we op controleafspraak komen. Meteen toen de assistente het verband van Lenns been haalde, begon de wond te bloeden. Volgens de chirurg hoorde dat erbij en konden we naar huis.’’

Half gerustgesteld ging Maartje koffiedrinken bij een vriendin. Opeens zag ze dat haar mannetje bloed aan zijn vinger had. Toen ze beter keek bleek zijn hele been onder het bloed te zitten.

Met gierende banden reed Maartje naar het ziekenhuis. Vastberaden met het idee dat Lenn opgenomen moest worden en dat ze hem pas mee naar huis zou nemen wanneer duidelijk was wat er aan de hand was.  

De arts van de kinderafdeling besloot Lenns bloed te laten onderzoeken en kwam een paar uur later vragen of zijn ouders ‘even mee wilden lopen’. ’’Ik was overstuur en er kwam niets binnen,’’ vertelt Maartje. ’’De kinderarts vertelde dat Lenn hemofilie heeft. Het eerste wat ik dacht was: ‘hij gaat dood’. Ik had nog nooit van hemofilie gehoord.’’

Later die avond volgde nog een gesprek met de kinderarts waarna Maartje en haar man gerustgesteld waren door de wetenschap dat hemofilie weliswaar ongeneeslijk, maar goed behandelbaar is. ’’We waren blij om te horen wat hij heeft en bevestigd te krijgen dat onze niet-pluisgevoelens klopten.’’  

Behandelcentrum in Veldhoven

Het gezin werd doorverwezen naar het hemofiliebehandelcentrum van het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven. ’’Wij zijn en worden daar nog steeds heel goed geholpen. We kregen uitleg over hemofilie en antwoord op duizend-en-een-vragen die we hadden. Wat kunnen we in de toekomst verwachten? Wat moeten we doen als Lenn valt? Mag hij nog voetballen en kunnen we nog op vakantie?’’ Maartje stelt dat er achteraf gezien veel puzzelstukjes op hun plaats vielen. ’’Lenn had “van kleins af aan” veel blauwe plekken en hevige bloedneuzen. En toen hij als dreumes met zijn mond tegen de tafel viel, kreeg hij een bloedblaar die moest worden dichtgebrand om het bloeden te stoppen. Zelf denk je: ‘het is een jongetje. Het zal er wel bij horen’.’’  

Even was het onwennig om een kind met hemofilie te hebben. Nu is het geen gespreksonderwerp meer. Lenn heeft alleen profylactische (is een soort van preventieve) behandelingen nodig als hij flink valt. ’’Het gaat hartstikke goed. We laten Lenn precies hetzelfde doen als andere kinderen.’’  

Lenn springt met vriend Daan

Lenn is topscorer bij JO8-3, voetbalclub in Someren en laat wat van zijn baltrucs zien. Zijn moeder lacht. ’’Hij gaat komend seizoen spelen in de JO8-1. Voetbal is misschien niet de sport die je bij hemofilie verwacht. Maar het is Lenn zijn lust en zijn leven. Hij zou gek worden als hij het niet meer zou mogen. We zien wel waar het schip strandt.’’

Bronnen

Interview met Lenn en Maartje Wijnen (moeder van Lenn)